Het orgel in de Pelstergasthuiskerk
Het orgel in de Pelstergasthuiskerk is oorspronkelijk gemaakt in 1627. Als mogelijke
maker komt A. Waelckens in aanmerking. Van het pijpwerk uit die tijd zijn hoogstens
enkele resten bewaard gebleven.
Door A. Schnitger werd in 1693 een nieuw rugpositief gemaakt, gevolgd door een
nieuw hoofdwerk in 1712.
A.A. Hinsz verplaatste het instrument in 1773/4 naar de
westmuur, waarbij het opnieuw grondig werd verbouwd en zo grotendeels zijn huidige
aanleg kreeg.
In de 19de eeuw werd aan het orgel gewerkt door o.a. vader en zoon Freytag en
P. van Oeckelen. Van hem zijn nog de huidige frontpijpen. Na een, gelukkig niet
gehonoreerd, voorstel van diens zoon in 1916 om het orgel volledig te vervangen,
zijn er ook in de 20ste eeuw nog wijzigingen aangebracht.
In 1989/91 voerde de Fa. Bakker & Timmenga een restauratie uit, waarbij de situatie
van 1774 als uitgangspunt heeft gediend.
Uit de corpuslengten van de door Hinsz gemaakte Octaaf 4 vt van het Hoofdwerk
kon een niet-evenredige temperatuur uit 1774 worden gereconstrueerd, die
opnieuw is aangebracht.




vandaag